Er zit verschil tussen een letter en een klank

In onze taal hebben we 26 letters waarmee we alle woorden kunnen lezen en schrijven.

Een letter heeft een vorm, een naam en een klank. De vorm (hoe de letter eruitziet) en de klank (het geluidje dat erbij hoort in een bepaald woord) kunnen verschillend zijn, maar de alfabetnaam is eenduidig. Een hond IS geen waf waf, maar heet hond. Door klanknamen als ‘ah buh’ enz. te gebruiken, maken we geen verschil tussen wat nu de letterNAAM is en wat de letterKLANK is.

Een klanknaam is klank+naam samen. Maar het is lang niet altijd de enige klank van de letter. Het is meestal niet de echte klank van een medeklinker door de uh-klank die er vaak achter uitgesproken wordt. Het is ook niet de originele alfabetnaam.

De originele, officiële uitspraak van de klinkers a, e, i, o, u uit het alfabet, staat voor 'de lange klanken van de klinkers': a-klank, e-klank, enz.. De andersklinkende korte klank van de klinkers geef ik voor de duidelijkheid weer als ah-, eh-, ih-, oh-, uh-klank. De lange alfabetklinkers een tijdlang de naam geven van de korte klank (bij de letter o: "Deze letter is de oh, en klinkt als oh") en inprenten dat alleen de verdubbelde klinker (+ie) de lange klank aangeeft, kan niet anders dan veel verwarring opleveren.

De uh-klank wordt in onze taal vele malen vaker geschreven met de letter e dan met de letter u. Bovendien kunnen de i ('aardig'), en de ij ('moeilijk') die uh-klank weergeven. Klanken zijn dus  onbetrouwbare gidsen naar de juiste letter(s). Geschreven woorden daarentegen blijven altijd hetzelfde, ongeacht de uitspraak. Eenzelfde woord kan verschillend uitgesproken worden in verschillende delen van een land, maar de spelling ervan volgens de alfabetnamen van de letters zorgt voor 100% duidelijkheid over de schrijfwijze.

In het woord 'ma' zie ik 2 letters en hoor ik 2 klanken: de m van 'je lippen op elkaar' plus de (lange) a-klank op het eind.

In het woord 'man' zie ik 3 letters en hoor ik 3 klanken, waarbij de klank van de letter a veranderd is in zijn korte klank, ah. Waarom? Die klankverandering wordt veroorzaakt doordat er een medeklinker na de a volgt. Het is dus m + an. Zonder de n is er geen ah-klank! Ook als er meer medeklinkers achteraan komen, blijft dit principe: 'mand'

In het woord ‘maan’ zie ik 4 letters m.a.a.n, maar ik hoor in ‘maan’ 3 klanken ‘m’ ‘aa’ ’n’ De a moet verdubbeld worden als ik zijn lange klank hoor en daarna een medeklinker (of meerdere). Het is dus m + aan, en daarom ook maand/maant.

 

Wat is de leescode?

 Het 'hoe en waarom' van wat we zien (letters/grafemen), omzetten naar wat we uitspreken/horen (klanken/fonemen) Het 'hoe en waarom' een woord een bepaalde spelling heeft', de schrijfcode, is het omgekeerde. Onze taal zit niet fonetisch in elkaar zodat bij iedere letter altijd maar een klank hoort. We kunnen pas weten hoe de letter klinkt in de context van een woord. Kinderen krijgen door de taalinstructie de gewoonte om vooral goed te luisteren, zeker bij spelling.  Kinderen die dit aangeleerde blijven volhouden ontwikkelen geen visueel woordbeeld.

 

Belangrijke voordelen als we werken met alfabetnamen

Door te spellen van links naar rechts met de onveranderlijke ABCnamen leert een kind zich een innerlijk beeld te vormen van hoe het woord eruit ziet en weet hij in welke volgorde de letters staan. Kinderen die al afhaakten, worden met onze eenduidige, dus logische, aanpak weer bij de les betrokken. Deze aanvangsinstructie biedt de leerkracht een doorlopende leerlijn: er hoeft het kind niets afgeleerd te worden!

 

Mijn onderzoek in andere landen

In Engeland, België (Franstalig), Frankrijk, Duitsland, Spanje, Brazilië (Portugees) en Finland was de benadering unaniem: “Wij leren (jonge kinderen) speels de alfabetnamen, daarna kijken we hoe een bepaalde letter klinkt in een bepaald woord”. Nooit kwam ik tegen dat de klinkers de naam van de ‘andere’ (korte) klank kregen.
 
 

Een uitdaging voor het onderwijs

Loskomen van de klanknamen die we later nooit meer gebruiken en van de klankzuivere periode is het roer omgooien en geeft een heel andere, namelijk realistische, kijk op lezen en spellen/schrijven. Want is het eigenlijk wel altijd ‘klankzuiver’, dat spellen met klanken? Langzaam de klanken van ‘mus’ of ‘rol’ aan elkaar haken, 'zoemend' de synthese maken, lukt nog wel. Maar als je  langzaam 'buh oo tuh' uitspreekt, hoor ik niet ‘boot’. En bij ’bus’ hoor ik  'buh uh ss' en dus 2x de uh-klank. Huh??

Met de letternamen uit het alfabet, het kennen van de klinkers en de medeklinkers, weten dat de klinkers a, e, i, o, u klinken als hun naam en in woorden verschillend kunnen klinken wegens de plaats van de medeklinker die ernaast staat, beseffen dat  medeklinkers soms verschillende klanken kunnen hebben, is het veel gemakkelijker en logischer om taal uit te leggen. Er komt geen verwarring, want wat geleerd is, blijft kloppen. 

De enkele klinkers a e i o u van het alfabet klinken ‘lang’ net zoals aa, ee, ie, oo, uu.

De klank van de enkele klinker verandert pas in een korte klank als er een afsluitende medeklinker ACHTER gezet wordt: ja - jas, zo - zon, nu - nul. Om toch een lange klank te krijgen in zo'n ‘gesloten’ woord moet ik een dubbele klinker/ie schrijven: zon - zoon.